|
Mannen
met Cystic Fibrosis en (on)vruchtbaarheid
Vrijwel alle mannen met CF
hebben een afwijking in de zaadleiders. De afwijking bij mannen met CF is dat aan beide zijden de zaadleider en
een deel van de bijbal ontbreken, of onvolledig zijn aangelegd. Ook bij de zaadblaasjes kunnen
afwijkingen voorkomen. Dit veroorzaakt een toestand wat obstructieve azoöspermie heet. Mannen
kunnen wel gewoon klaarkomen, maar er zitten geen zaadcellen in het ejaculaat.
Gelukkig is verder alles
meestal gewoon normaal. De bovenste tweederde van de bijballen en de
teelballen zijn in ieder geval intact, dus wordt er gewoon wel zaad (sperma)
geproduceerd en opgeslagen. Alleen kan deze er dus niet op een
natuurlijke weg uit. Sperma voor bevruchting via ICSI moet dus
kunstmatig verkregen worden uit de bijbal of teelbal.
Normale gang van zaken
De buis die uit de bijbal komt wordt zaadleider genoemd en heeft een
totale lengte van ruim 50 centimeter. De twee zaadleiders lopen door de
balzak (=scrotum) omhoog door de lies, om vervolgens onder de blaas uit
te komen. Hier monden ook de twee zaadblaasjes in de zaadleiders uit. De
beide zaadleiders worden vervolgens één buis (=ductus ejaculatorius),
die door de prostaatklier loopt en uitmondt in de plasbuis (=urethra). |
|
|
Voortplantingstechnieken bij
mannen met CF
In het artikel Results of assisted reproductive technique
in men with cystic fibrosis (Human Reproduction, mei 2006) worden 25 mannen met
CF beschreven:
-
alle 25
hadden azoöspermie (100%)
-
2 van de 25 kozen behandeling met donorzaad, 23 kozen ICSI
-
bij 21 mannen kon sperma chirurgisch worden verkregen, wat leidde tot ICSI-behandelingen bij 19 stellen
-
12 van
deze 19 stellen (63%) leidde tot zwangerschap (helaas met twee buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, twee miskramen, en een geval
waarin de zwangerschap werd afgebroken omdat het om een tweeling ging
met zeer ernstige afwijkingen)
-
2 stellen probeerden bevruchting met donorzaad na mislukte ICSI-pogingen, één van hen kreeg een tweeling
-
1 stel
adopteerde een kind
-
2 stellen
werden spontaan zwanger (wat nogal dubieus is als de man nagenoeg
geen zaadleiders heeft...)
-
na een
follow-up van ruim 4 jaar bleken 2 patiënten overleden; 2 hadden een
longtransplantatie achter de rug en 21 bleven stabiel
|
|
Bij een normale
zaadlozing wordt ongeveer 3 tot 5 ml vloeistof geloosd. Hierbij komen
100 tot 200 miljoen zaadcellen vrij. Per milliliter zijn dat er zo'n 20
tot 50 miljoen. Het ejaculaat bestaat verder
uit prostaatvocht (60%), vocht uit de zaadblaasjes (30%), vocht uit de bijbal en teelbal
(5%) en nog eens 5% eiwitrijk vocht
uit de kliertjes van Cowper.
Zijn álle mannen met
CF onvruchtbaar?
Hele discussies lopen
over het woord onvruchtbaar. Want kun je iemand nog onvruchtbaar noemen
als hij in staat is met enige medische hulp nakomelingen te produceren?
In ieder geval is er sprake van steriliteit. Maar dat is ook al zo’n
vreemd woord. Hoe dan ook, bij ongeveer 99% van de mannen met CF
ontbreken de zaadleiders of zijn deze niet goed aangelegd en zijn daarom ook geen zaadcellen te vinden in
het ejaculaat.
99%? Ja, meestal lees je in de literatuur dat dit bij zo'n 99% van de
mannen met CF het geval is. Maar waar is die 1% bij wie de zaadleiders
wel in orde zijn? Sommige deskundigen denken dat ze niet bestaan. In de
wetenschappelijke literatuur is namelijk nog nooit een patiënt
beschreven die bewezen vruchtbaar was. Die 99% zou zomaar eens 100%
kunnen zijn.
Dit impliceert nogal wat! Dat betekent namelijk dat de kinderen waarvan men dénkt dat het kinderen
van mannelijke CF-patiënten zijn, misschien wel een heel andere
biologische vader hebben.
Ontstaan van deze
afwijking
Hoe kan het dat een
ziekte dat ingrijpt op de slijmproductie ook verantwoordelijk kan zijn
voor deze afwijkingen in de zaadleiders en delen van de bijbal? Men denkt
dat de oorzaak
moet worden gezocht in de embryonale fase. In die fase ontwikkelen zich
de buizen van Wolf zich tot bijbal, zaadleiders, prostaat en
zaadblaasjes. Voor de normale ontwikkeling is vocht uit deze buisjes noodzakelijk. Bij CF is ook de afscheiding van dit vocht verstoord, zoals
dat het geval is bij alle endocriene organen. Zo wordt in een zeer vroeg
staduim de ontwikkeling verstoord.
Vertel het voordat-ie
het van een ander hoort
Vroeger werden mannen met CF volwassen
zonder dat iemand ze vertelde over hun onvruchtbaarheid. Áls ze al
volwassen werden. 'Ach, hij haalt de volwassen leeftijd toch niet' was een
veelgehoord argument om hun kind niet in te lichten. Het taboegehalte van het onderwerp hielp
natuurlijk ook niet. Toch is niet te
rechtvaardigen als ouders en behandelaars dit hun kinderen niet
vertellen, zeker niet nu meer dan de helft van de CF-patiënten ruim
dertig wordt.
Het belang van
goede informatievoorziening blijkt ook uit
Australisch onderzoek (2005), waar één op de tien
pubers met CF niet wist wat het verschil is tussen
onvruchtbaarheid en impotentie. 'Ik kan toch klaarkomen, dan kan ik toch
niet onvruchtbaar zijn?'
CBAVD oftewel aan
beide kanten ontbreken de zaadleiders
De aandoening waarbij sprake is van congenitale (aangeboren) bilaterale
(beiderzijds) absentie (afwezigheid) van de vas deferens (zaadleiders)
wordt in het Engels congenital bilateral absence of the vas deferens (CBAVD)
genoemd. Dit komt voor mét én zonder CF.
75-80% mannen met CBAVD is drager van het CF-gen
in één of beide genen. Bij een recessief erfelijke
ziekte als CF, betekent het drager zijn van twee genen dat je de ziekte
ook hébt. Alleen is dit bij sommige van de mannen in een dusdanig milde
vorm, dat er helemaal geen klachten zijn, behalve dan de CBAVD. De
onvruchtbaarheid is voor deze groep mannen de eerste confrontatie met cystic fibrosis.
Mannen met CBAVD zijn dan ook meestal ogenschijnlijk gezond en hebben
geen long- of spijsverteringsklachten. De zaadleiders zijn in hun vroege
ontwikkeling zo gevoelig voor afwijkingen veroorzaakt door het CF-gen, dat dit in heel
milde gevallen het enige aangetaste orgaan is. Overigens is CF-gerelateerde CBAVD slechts in 1-2% van de gevallen de oorzaak van
mannelijke onvruchtbaarheid.
Boekje ‘CF en kinderen krijgen’
De NCFS heeft in 2008 een boekje uitgegeven 'Cystic Fibrosis en
kinderen krijgen - Informatie over kinderwens en ouderschap voor mensen
met Cystic Fibrosis', geschreven door Elly van Es. Het boekje
bestaat uit een informatief deel en een deel met ervaringen van mensen
met CF en hun partners. Cystic Fibrosis en kinderen krijgen is gratis te
bestellen via de website van de
NCFS,
alleen de verzendkosten worden in rekening gebracht.

Dit boekje richt zich op een brede doelgroep. In de eerste plaats op
volwassenen met een kinderwens en jongeren die zich willen oriënteren op
de mogelijkheden van kinderen krijgen bij CF. Maar ook op ouders en
verzorgers van kinderen met CF, die behoefte hebben aan informatie over
voortplantingsaspecten bij CF. Tot slot biedt het boekje een overzicht
van de huidige kennis en literatuur rond kinderen krijgen voor allen die
betrokken zijn bij de behandeling van CF.
Wat vind je in het boekje?
Zal ik het ouderschap aankunnen? Wat betekent het voor een kind om een
ouder met CF te hebben? Hoe groot is de kans dat ik een kind krijg met
CF? Zijn alle mannen met CF onvruchtbaar? Wanneer is het wel of niet
verantwoord om met CF zwanger te worden?
Dergelijke basisvragen worden in het boekje behandeld, zonder uiteraard
antwoorden te kunnen geven voor individuele patiënten. Een
voorlichtingsboekje kan nooit een consult bij de arts vervangen.
Ook specifiekere vragen komen aan bod. Bijvoorbeeld: Kun je na een
longtransplantatie nog aan kinderen beginnen? Ik heb naast CF ook
diabetes, hoe zit dat met zwanger worden? Ik heb CF en mijn man is
drager, wat nu? Kun je met CF een kind adopteren?
 |
|