|
|
Links: verlies
tijdens de zwangerschap
|
en midden in het grote bed
dicht tegen moeder pluis
lag een konijntje o zo lief
dat was de kleine pluis
heel stil stond nijntje naast het bed
en dacht wat is dát klein
o nee, dat had ik nóóit gedacht
dat het zó klein zou zijn

|
Anniek - Maarten van Roozendaal
Ik had je willen laten lopen
Laten fietsen, laten lachen
Laten zingen, laten dansen
Met de kinderen in de kring
Had ik je willen laten spelen
Laten hollen, laten gooien
Laten vallen, omdat je wist
Dat ik je dan toch wel ving
Ik had je zo graag maar even
Een seconde laten leven
Ik wil je nu alleen niet laten gaan
Nu je maar net voor dit leven
Al dood bent gegaan
Kinderwagens, babykleertjes
Flesjes, luiers, teddybeertjes
Een box, een speen, een rammelaar
Een trappelzak, een duikelaar
Een moeder met haar kleine meisje
Een gezicht vol waterijsje
Meisjeskamer, stapelbed
Een kinderfiets, een autoped
En dan tot zes uur buiten spelen
Zandbak, vormpjes, zandkastelen
Boontjes, spruitjes, Brussels lof
Sesamstraat en dan alsof
Je nog uren op kunt blijven
Slaperig in je oogjes wrijven
En 's ochtends vroeg weer uit de veren
Rekenen en schrijven leren
Schoolmelk, Loco, leesplezier
Wanten, mutsen, speelkwartier
En 1, 2, 3, 4, 5, 6, zeven
Wie mag ik een zoentje geven
En als de laatste schoolbel belt
Naar het zwembad toegesneld
Een bommetje, de jongens nat
Hoge duikplank, zak patat
En dan naar huis met natte haren
Je bord met eten koud gaan staren
En na het journaal op het eerste net
Moet je weer te vroeg naar bed
Maar 's ochtends vroeg, je groeit als kool
Fietsend naar de grote school
Snelbinders, je tas hangt scheef
Beugels, puistjes en je schreef
Je dagboek vol met ongelukken
Jongens, wat niet wilde lukken
Maar op een avond kom je dan
Met een of andere charlatan
Je beugel uit, je uit staan sloven
De tv is niks, we gaan naar boven
En paps, de paus, verklaart het nietig
Hij is niet boos, alleen verdrietig
En dan al na je zesde vriend
Ga jij uit huis en je verdient
Zwart bij met duizend kopjes wassen
Je studie klaar, dus weer verkassen
Je nieuwe huis, net ingericht
Leuke planten, prettig licht
Je kijkt me aan en slaakt een gil
Want ik val om, mijn hart staat stil
En wat jij ook EHBO't
Het helpt geen zier, want paps is dood
Mocht ik jou al die tijd niet zien
Sta jij daar bij de poort, misschien
O, mijn lieve kleine meisje
(Gespeeld tijdens de begrafenis)
Lost My Child Today
I lost my child today
People came to weep and cry
As I just sat and stared, dry eyed
They struggled to find words to say
To try and make the pain go away
I walked the floor in disbelief
I lost my child today.
I lost my child last month
Most of the people went away
Some still call and some still stay
I wait to wake up from this dream
This can't be real, I want to scream
Yet everything is locked inside
God, help me, I want to die
I lost my child last month.
I lost my child last year
Now people who had came, have gone
I sit and struggle all day long
To bear the pain so deep inside
And now my friends just question Why?
Why does this mother not move on?
Just sits and sings the same old song
Good heavens, it has been so long
I lost my child last year.
Time has not moved on for me
The numbness it has disappeared
My eyes have now cried many tears
I see the look upon your face
"She must move on and leave this place"
Yet I am trapped right here in time
The songs the same, as is the rhyme
I lost my child.........Today
~ Netta Wilson 1996 ~
All the Answers - Ilse de Lange
When I call you in the morning
I tell you everything's alright
I can't see into the future and
I don't see the danger in the night
When I hear the sirene wailing
I see the flashing of the light
I know that there is trouble
And there are battles yet to fight
I may not have all the answers
I wouldn't have it any other way
There's an innerpeace I'm seaking
There's a lightness in my soul
And everytime I think I found it
I want to touch it, feel it, hold
And the day that I stop asking
Will be the day I'll say goodbye
The world will not be safer
But there's no truth without the lie
I may not have all the answers
I wouldn't have it any other way
I've asked the good Lord Jesus
I'm asking Allah too
I tried the great god Buddah
And now I'm asking you
I may not have all the answers
I wouldn't have it any other way
When your deep in troubled water
You've got to fight for every breath
And you feel you're getting weaker
You're facing life you're facing death
If you have a God to turn to
Don't turn the other way
Or a friend that you can call on
Just a prayer that you can say
(Zomaar een mooi tranentrekliedje)
|
|
DAG LIEVE KLEINE OTTO
|
|
Otto Visser
Uitgerekende datum: 21 maart 2007
Geboren: 24 november 2006, 12.34 uur
Overleden: 24 november 2006, 12.38 uur
Duur zwangerschap: 23 weken en 2 dagen
Lengte: 30 cm
Gewicht: 500 gram
Voetje: 3,9 cm

'Eerst zat
Otto in Kata's buik en nu op een wolkje'
|
|
|
|
 |
Die afschuwelijke ochtend dat de weeën komen
De gebeurtenissen op 24 november
2006. De dag dat onze perfecte zwangerschap ineens veranderde in een
verschrikkelijk boze droom en we ons kindje verloren na een zwangerschap van 23
weken en 2 dagen.
Ruim 23 weken zwanger. De avond en de nacht vóór het misging voelde mijn buik
zwaar en gespannen. Toch sliep ik gewoon goed, ook al bleef dat gespannen gevoel
in mijn buik.
8.15 uur: ik word wakker met krampachtige pijn in buik. Misschien moet ik naar de wc? Op het toilet voel ik
iets 'uitstulpen'. Ik denk aan een soort verzakking (kan dat dan?) en bel - niet in paniek
maar wel bezorgd - de verloskundige. We spreken af dat ik haar om 13.00 zie en
tot die tijd in bed blijf.
Achteraf blijkt de uitstulping al de
vochtblaas te zijn die door de baarmoeder naar buiten steekt, omdat ik dan al
ontsluiting heb. Maar dat weet ik dan nog niet.

Otto in de buik een week voor het misging. En de laatste foto van Otto in
mijn buik, de middag voor de bevalling (dagje uit met mijn werk).
Weeën
8.20 uur: weeën. Meteen heel heftig!
Eerst herken ik ze niet, maar als ik merk dat de pijn regelmatig komt en het
een intense rugpijn/kramp geeft, zeg ik tegen Arian dat hij de verloskundige opnieuw moet
bellen, omdat ik denk dat het weeën zijn. Er zit nog geen 20
seconden tussen de weeën, de pijn is intens en ik heb geen idee hoe ik ze moet opvangen. Op de grond
op mijn handen en voeten gaat nog het best. De verloskundige hoort mijn gekerm op de achtergrond tijdens het telefoongesprek
en is meteen gealarmeerd. Ze komt
zo snel mogelijk.
De verloskundige
is er
8.30 uur: de verloskundige onderzoekt me. Ze vindt meteen
de hartslag van het kindje.
"Godzijdank", denk ik. "Dan komt het vast
allemaal goed."
Maar bij het inwendig onderzoek ziet zij dat het er niet goed
uitziet en ik al flinke ontsluiting heb.
"Het is niet goed. Ik wil je
zo snel mogelijk naar het ziekenhuis hebben", zegt ze, en ze belt een ambulance.
Ik ga beneden op de bank
liggen (inmiddels met nog hevigere weeën), terwijl Arian wat spullen inpakt en
de verloskundige met het ziekenhuis belt. En belt. En belt.
In de ambulance
8.45 uur: de ambulance staat voor de
deur, de twee ambulanceverpleegkundigen staan in de woonkamer en de brancard in
de gang. We wachten
allemaal tot duidelijk wordt waar ik heen kan. In eerste instantie belt de
verloskundige het WKZ (UMC Utrecht), maar daar is geen plaats. Bovendien zeggen
ze meteen dat ook zij een kindje van 23 weken en 2 dagen niet behandelen op
hun intensive care voor pasgeborenen. (Maar dit hoor ik pas achteraf, op dat
moment besef ik niet dat ik een paar uur later zal bevallen.)
Ik denk steeds, tegen beter weten in: "Als ze me maar
eenmaal in een ziekenhuis hebben, dan kunnen ze vast de weeën remmen."
Ik hoor
de verloskundige steeds maar weer andere ziekenhuizen bellen, wachten
op reactie en steeds maar zeggen: "Ik heb hier een vrouw die 23 weken
zwanger is en hevige weeën heeft. Er is geen tijd om met haar te shoppen, ze
moet nú naar het ziekenhuis."
9.00 uur: uiteindelijk kunnen we terecht
in het Sint Antonius in Nieuwegein. Ik klim op de brancard (moeilijk nog,
want daarvoor ik moet recht liggen, maar de weeën maken dat ik wil
kronkelen). Ik word de ambulance ingerold. Arian en de verloskundige nemen ieder hun
eigen auto. Met loeiende sirenes rijden we naar Nieuwegein, een km 15-20.
Ik ben bang, maar heb nog steeds een beetje hoop, ik heb zo veel vertrouwen in
de artsen, ze kunnen dit vast stoppen.
Toch...?
Ondertussen hoopt de
jonge ambulanceverpleegkundige natuurlijk uit alle macht dat ik niet ter
plekke ga bevallen. Ze zegt dat ze me wel door de weeën heen helpt, en adviseert
me om te puffen.
In het ziekenhuis
9.15 uur: aankomst in het ziekenhuis. Gehaast de lift in, groene liften.
Kindertekeningen op de muur... God, dit is de kraamafdeling. Op
de gang vlak voor de verloskamer, nog op de brancard, breken mijn vliezen.
Ik voel het vruchtwater langs mijn benen stromen en weet dat het
voorbij is. Oh mijn God, oh mijn lieve God. Ik ga mijn kind verliezen.
Ik word de verloskamer
binnengereden. De verpleegkundige en de klinisch verloskundige stellen
zich voor. Later komt ook de gynaecoloog binnen, ook zo'n lieve vrouw.
Het enige wat ik wil weten is of echt alle hoop vervolgen is.
"Ja", is het antwoord. Ik zal
hoe dan ook bevallen vandaag. En vóór, tijdens of vlak na de bevalling zal ons
zoontje overlijden.
Maar waarom geen weeënremmers? Daarop antwoordt
de gynaecoloog: "Omdat we geen aanwijzingen hebben dat dat zin heeft vóór
24 weken."
Rustfase
De weeënactiviteit houdt op.
Bijna drie uur lang lig ik rustig in bed terwijl het vruchtwater verder
langs mijn benen sijpelt. Gek is dat, het blijft maar komen. Mijn eigen verloskundige en Arian arriveren. Het is verschrikkelijk om je man te moeten vertellen dat
zijn kind dood zal gaan. Ik voel me heel even alsof ik gefaald heb. Ik kon ons
kind niet bij me houden. We moeten verschrikkelijk huilen.
Maar er zijn ook heldere
momenten, momenten dat we kalm en rustig zijn. Een infuus wordt aangelegd. Mijn eigen verloskundige neemt afscheid.
We spreken van alles door. Het hoofd van
het mortuarium komt om met ons te bespreken wat de mogelijkheden en
verplichtingen zijn bij de uitvaart van een kindje dat vóór een
zwangerschapsduur van 24 weken wordt geboren.
We eten een boterhammetje, want we hebben natuurlijk nog niets ontbeten.
Twee keer maakt de gynaecoloog een echo. Beide
keren zien we dat ons mannetje nog leeft en dapper beweegt, ook al is er
nauwelijks vruchtwater. Een paar keer moet ik naar de
wc. De verpleegkundige laat me niet naar de wc gaan, maar haalt een postoel,
om zeker te weten dat ons kindje niet boven een toilet wordt geboren. "Kan dat
dan, zo snel?"
Ik kan
me nog steeds niet helemaal voorstellen dat ik elk moment kan bevallen.
We denken na over pijnbestrijding, omdat de eerste weeën enorm heftig waren en
ik niet afgeleid wil worden door de pijn. Bovendien is het nogal wreed en
zinloos om enorm veel pijn te hebben als je weet dat je je kind toch meteen zal
verliezen. Daar is niets functioneels aan. Aangezien ik ook niet versuft wil raken
door een pethidineprik, besluiten we voor de ruggenprik te gaan. Ik wil
alles bewust meemaken, ik wil helder zijn als ik mijn kind het leven schenk,
juist omdat dat leven zo kort zal zijn. Maar op het moment dat we het seintje
krijgen dat we naar de anesthesie kunnen voor de ruggenprik, komt weer wat
weeënactiviteit. Het is ongeveer twaalf uur en ik ga bevallen van ons eerste
kind.
De bevalling
De weeën worden meteen weer heftig. Uiteindelijk laten we de ruggenprik voor wat
het is, daar is geen tijd meer voor. Het wordt toch een natuurlijke bevalling.
Het gaat best snel. Veel eerder dan ik dacht mag ik persen. Wat is dat toch tegenstrijdig... Alles in mij wil ons kindje
bij me houden, maar mijn lichaam en de verloskundige willen dat ik pers. Ik spreek ons mannetje
toe, ik moedig hem aan, vertel hem dat het goed is, dat we heel veel van hem
houden, dat hij veilig is bij ons.
"Kom maar kleintje, kom maar", blijf ik
maar zeggen. "Mama en papa houden heel veel van jou. Het is goed. Alles is
goed, mijn kleintje."
Eerst komt het kleine, glibberige lijfje. Ik
pers nog een paar keer heel hard en daar is ook het hoofdje. In mijn handen vang ik
hem op en leg hem op mijn buik en laat hem niet meer los. Wat is hij warm, wat
is hij zacht. Het is 12.34 als ik
het leven schenk aan onze kleine zoon. Ik laat hem nooit meer los.
Wat is hij warm en glibberig
en bloederig. Hij ligt op mijn blote buik. Hij
maakt geen geluid, maar we zien wel zijn mondje bewegen. En
overduidelijk zien we in het kleine borstkasje het hartje kloppen. Wat
mooi, wat ongelooflijk mooi. Hij leeft.
Na vier minuten stopt zijn hartje
met kloppen. Ik denk niet dat hij er iets van heeft gemerkt dat hij
doodging. Hij was er gewoon ineens niet meer. Zijn zieltje is gewoon stilletjes
weggeglipt.
Om 12.38 stelt de verloskundige vast
dat het kleine kereltje is overleden.
"Mag ik je vragen de
navelstreng door te knippen?" vraagt ze aan Arian.
Terwijl Arian de schaar pakt,
verbaas ik me in stilte af hoe het toch kan dat alles precies hetzelfde
verloopt als bij een gewone bevalling. Behalve dan dat de baby vier minuten na de
bevalling is overleden.
Nageboorte
Hij ligt nu op mijn borst. Omdat mijn weeën meteen
afnemen, krijg ik weeënopwekkers in mijn infuus. Na ongeveer een uur wordt de
placenta geboren. In eerste instantie ziet het erg compleet uit. Ik ben blij dat
ik niet meteen weg hoef voor een curettage maar dat ik alle tijd heb om
samen met Arian ons kindje te bewonderen.

Ongelooflijk, de liefde die je
overspoelt als je je kind in je armen houdt. Ik voel zelfs geen verdriet
die eerste uren, ik ben verdoofd door alle endorfinen die door mijn lijf
gieren. Ik voel alleen maar een overrompelende liefde voor dit
prachtige kind. 30 cm, 500 gram en helemaal perfect.
We kunnen niet
ophouden met kijken. We willen niet meer ophouden met kijken, nooit meer. Die handjes, die voetjes met
die mininageltjes. Dat hele kleine iniminie piemeltje en dat mooie neusje. Een mooi
mondje en een lief kinnetje met een kuiltje in zijn kin, net als papa. Hoe
kan iets wat zó perfect is zomaar doodgaan?
De verpleegkundige neemt de
voet- en handafdrukjes en legt hem in een lief bekleed mandje dat ze speciaal
voor zulke kindjes hebben gemaakt. De fotograaf
van het ziekenhuis komt twee keer, een keer vrij snel na de bevalling en
de tweede keer ongeveer anderhalf uur later. We plegen een paar telefoontjes. De mevrouw van het mortuarium komt weer om te praten. En we kiezen een
naam uit.

Hand- en voetafdrukje
Uit alle namen die we in ons hoofd hadden moet het Otto worden.
Die is het mooist en dat is ook de enige naam die in mijn achternaam zit. Een
stukje van mijn naam, zoals Otto een stukje van mij is.
We mogen nog een
nachtje blijven, maar besluiten naar huis te gaan. We eten nog een boterhammetje
en ik krijg de pillen om de melkproductie af te remmen. De sfeer is rustig,
respectvol en zo intens liefdevol. Alle betrokkenen zijn lief, rustig,
en zeggen precies de goede dingen.
Curettage ('natasten')
In die uren blijf ik bloed
verliezen (bijna twee liter). De gynaecoloog besluit tot een nacurettage
('natasten') om alle placentaresten te verwijderen. Ze legt uit dat bij zo'n
extreme vroeggeboorte de placenta er zelden intact uitkomt, omdat het nog zo
vergroeid is met de baarmoeder.
Tegen vijven word ik
weggereden naar de operatiekamer. Arian gaat thuis spullen halen voor de nacht. Nu ik onder narcose
moet, is wel duidelijk dat ik een nachtje moet blijven en uiteraard brengt
Arian de nacht in mijn kamer door.
Op de uitslaapkamer kom ik vrij snel bij. Ik heb ineens een schorre stem en keelpijn. Omdat ik heb gegeten
hebben ze flink mijn slokdarm dichtgeknepen bij het inbrengen van de
beademingsbuis, vandaar. De rest van de avond zit ik aan de dropsiroop. Mijn
moeder is er. Samen eten we wat ziekenhuisvoer. Mijn moeder sluit haar
kleinste kleinkind meteen in haar hart en zegt lieve woorden tegen kleine
Otto. Net als Arian en ik is ze ook meteen verliefd op het mooie
mannetje.

Verwondering. Hoe kan iets zó mooi zijn?
Nachtje in het ziekenhuis
Die nacht in het ziekenhuis slaap ik weinig,
ondanks de slaappil. Steeds opnieuw speel ik de film af. 's Morgens bewonderen
we Otto nog uitgebreid en nemen we een paar regelzaken door met de
(wederom erg lieve) verpleging en de zaalarts. Ook moeten we echt dingen gaan regelen voor de
begrafenis. We gaan naar huis, waar later wat naaste familie en vrienden komen.
Otto mag in het ziekenhuis blijven, maar gelukkig mogen we hem dag en nacht
zien.

De dagen erna
Otto is vrijdag geboren en
overleden en pas maandag is de obductie. Op woensdag is de begrafenis. Gelukkig kunnen we Otto ook na de
obductie gewoon zien. Hij ziet er nog steeds lief uit, alleen heeft hij nu een
gaasje op zijn buik. Net alsof hij een t-shirtje aan heeft.
Steeds
als we naar hem toe gaan, verwacht ik dat hij er slechter uit gaat zien, maar
nee.
"Het is of hij alleen maar mooier wordt", zeggen we tegen elkaar. Ons
prinsje ligt er steeds zo zoet bij.

We leggen Otto in zijn wiegje-kistje en brengen hem naar Breukelen waar hij
een mooi plekje krijgt bij zijn overgrootouders en de generaties daarvoor.
De begrafenis en de dagen erna
zijn zwaar. Ik huil verschrikkelijk veel maar probeer door alle pijn vooral
het mooie te zien. Het is verschrikkelijk dat we ons kind kwijt zijn, dat we
moeten leven met de pijn en de leegte van dit verlies. Maar tegelijk
beseffen we dat we rijker zijn dan vóór we Otto hadden. We hebben een prachtig
kindje gekregen. We zijn papa en mama geworden. Het doet alleen zo
verschrikkelijk veel pijn dat we ons zoontje niet bij ons mochten houden.

Wiegkistje in familiegraf (Oude Algemene Begraafplaats, Breukelen)
Bericht in Freya Magazine 'Te mooi om waar te zijn'
Lieve lezers van Freya Magazine,
In 2006 schreef ik een column over mijn ICSI-avonturen. Het werd een
‘succesverhaal’: ik was in één poging zwanger en mijn zwangerschap
verliep vlekkeloos. Ik was beduusd van zoveel geluk.
“Het lijkt wel te mooi om waar te zijn. Zou het daarom zijn dat ik zo’n
moeite heb te geloven dat alles goed gaat - en goed kan blijven gaan?”
schreef ik in mijn laatste column. Twintig weken zwanger was ik toen.
Drie weken later kwam een abrupt einde aan ons geluk. Op een
vrijdagochtend werd ik wakker en kreeg ik weeën. Geen harde buiken of
oefenweeën maar hevige, pijnlijke ontsluitingsweeën. De verloskundige
kwam en belde de ambulance. De ambulance kwam en bracht me naar het
ziekenhuis. Daar aangekomen verloor ik het vruchtwater.
Er was niets meer aan te doen, ons kindje zou geboren worden. Een kindje
dat geboren wordt na een zwangerschapsduur van 23 weken en 2 dagen kan
nog niet buiten zijn moeders buik. We zouden ons kindje verliezen. Een
paar uur later schonk ik het leven aan een prachtig, gaaf, lief, dapper
jongetje. Hij leefde vier minuten. Onze zoon, Otto Visser.
De oorzaak? Dat weten we nog niet en komen we misschien ook nooit te
weten. Het schijnt dat ongeveer één op de honderd kinderen overlijdt in
de laatste zes maanden van de zwangerschap of rond de bevalling. Wat ons
is overkomen noemt men een extreme vroeggeboorte (partus immaturus). Het
kan zijn dat een infectie de boosdoener was, maar dat wordt nog
onderzocht. Het lijkt in ieder geval niet aan mijn baarmoeder of de
placenta te liggen.
Inmiddels zijn we tien weken verder. We kunnen en durven alweer onze
blik op de toekomst te richten en kijken uit naar de eerste
cryobehandeling in maart.
Het verdriet dat ik bij me draag sinds het verlies van mijn kindje is
een verdriet, een leegte die ik me nooit eerder kon voorstellen. Toch
zijn het niet altijd sombere gedachten als ik aan Otto denk. Ik denk vol
liefde aan hem en aan de mooie zwangerschap. We zijn ook gewoon trots op
onze zoon, net als andere ouders. Hij was zo lief, ons mannetje, zo
mooi. Te mooi om waar te zijn.
Kata
13 mei 2007,
Moederdag
Ik ben blij en dankbaar dat mijn moeder leeft en gezond is. Ik hoop dat ze
nog heel lang mijn moeder blijft én praktiserend oma van mijn volgende kindje
mag worden (in de tussentijd praktiseert ze haar omaschap verder met de twee
zoontjes van mijn zus).
Op deze dag dacht ik aan mijn moeder, maar besloot ik niet te gaan somberen over
mijn eigen moederschap... Dus kwam ik de dag erg goed door, al is het maar omdat
ik in Frankrijk zat en in Frankrijk Moederdag op een andere dag wordt gevierd.
In veel Europese landen valt Moederdag namelijk op de laatste zondag in mei, en
als die zondag per ongeluk op Pinksterzondag valt, verschuift de boel naar de
eerste zondag van juni. Toch deed het me goed dat een paar mensen stil stonden
bij het feit dat dit toch echt de eerste Moederdag is waarop ik moeder ben. Een
verdrietige maar o zo trotse moeder.
Deze twee gedichten zijn voor de vele moeders die een kindje hebben verloren. De
linker komt uit mijn gastenboek, met dank aan V. De rechter komt van Marijke,
één van de lieve mama's van Stichting Lieve Engeltjes.
|
I thought
of you and closed my eyes
And prayed to God today
I asked "What makes a mother?"
And I know I heard him say
A mother has a baby
This we know is true
But, God, can you be a mother
When your baby's not with you?
Yes, you can he replied
With confidence in his voice
I give many women babies
When they leave it is not their choice
Some I send for a lifetime
And others for the day
And some I send to feel your womb
But there's no need to stay.
I just don't understand this God
I want my baby here
He took a breath
and cleared his throat
And then I saw a tear
I wish I could show you
What your child is doing today
If you could see your child smile
With other children and say
"We go to earth to learn our lessons
of love and life and fear
My mommy loved me so much
I got to come straight here
I feel so lucky to have a mom who had so much love for me
I learned my lessons very quickly
My mommy set me free.
I miss my mommy oh so much
But I visit her each day
When she goes to sleep
On her pillows where I lay
I stroke her hair and kiss her cheek
And whisper in her ear
Mommy don't be sad today
I'm your baby and I am here"
So you see my dear sweet one
Your children are okay
Your babies are here in my home
And this is where they'll stay
They'll wait for you with me
Until your lessons are through
And on the day you come home
they'll be at the gates for you
So now you see
What makes a mother
It's the feeling in your heart
It's the love you had so much of
Right from the very start
Though some on earth
May not realize
Until their time is done
Remember all the love you have
And know that you are
A Special Mom. |
Dear Mr.
Hallmark,
I am writing to you from heaven,
and though it must appear
A rather strange idea,
I see everything from here.
I just popped in to visit,
your stores to find a card
A card of love for my mother,
as this day for her is hard.
There must be some mistake I thought,
I saw every card you could imagine
Except I could not find a card,
from a child who lives in heaven.
She is still a mother too,
no matter where I reside
I had to leave, she understands,
but oh the tears she's cried.
I thought that if I wrote you,
that you would come to know
That though I live in heaven now,
I still love my mother so.
She talks with me, and dreams with me;
we still share laughter too,
Memories are our way of speaking now,
would you see what you could do?
My mother carries me in her heart,
her tears she hides from sight.
She writes poems to honour me,
sometimes far into the night
She plants flowers in my garden,
there my living memory dwells
She writes to other grieving parents,
trying to ease their pain as well.
So you see Mr. Hallmark,
though I no longer live on earth
I must find a way to remind her
of her wondrous worth.
She needs to be honoured,
and remembered too
Just as the children of earth will do.
Thank you Mr. Hallmark,
I know you'll do your best
I have done all I can do;
to you I'll leave the rest.
Find a way to tell her,
how much she means to me
Until I can do it for myself,
when she joins me in eternity. |
|